Leer improviseren. 2004-2005. Les 21: melodie verzinnen in stappen.

Als gezelschapsspel wordt soms aan het publiek gevraagd enige willekeurige noten te geven en de speler moet daar dan op improviseren. Deze procedure kun je ook gebruiken als je voor jezelf gaat improviseren: begin met het willekeurig kiezen van een aantal noten. Maar vanaf dat punt onderschatten mensen soms de mogelijkheden van de verdeling ervan door de tijd en de accenten.

Neem als voorbeeld de tonen c d e f g. In die volgorde gespeeld met een gelijke verdeling van tijd is het weinig interessant, maar als c d e gespeeld wordt met het accent op e en vervolgens de tonen f en g lang worden aangehouden, is het meteen een acceptabeler melodie geworden.
Klik om de bedoeling te horen.
Met die 5 tonen kunnen allerlei combinaties worden uitgeprobeerd.
Klik om de bedoeling te horen.
Voor een melodie, en speciaal voor een zingbare, is het belangrijk hoe de nadruk is verdeeld, welke noten lang worden aangehouden of kort, of het toucher legato (gebonden) is, staccato (kort en gescheiden) of portato (lang maar gescheiden; als het ware plakkend met de vingers aan de toetsen). Een solo-instrument (bijvoorbeeld een trompet) is daarvoor meer geschikt dan een piano.

Zingen inspireert tot het maken van een melodie, maar ook kunnen we, als we een melodie hebben gemaakt zonder de stem te gebruiken, de gevoelswaarde van de vertolking ervan achteraf verbeteren door haar te zingen. Bij voorkeur met een tekst in gedachte, bijvoorbeeld op de tonen c d e... f... g...: "Want ik hud... van... jou...".

Als je bij het spelen op de piano in gedachte neemt hoe een solo-instrument de melodie zou spelen, kan dat je toucher gunstig benvloeden. Een organist heeft de mogelijkheid een toon aan te houden, waardoor hij een melodie die hij met zijn stem heeft gemaakt dichter kan benaderen dan een piano. Hij heeft een toucher ontwikkeld waarbij de vingers a.h.w. aan de toetsen kleven (portato). Een pianist geeft de toetsen meestal maar een zet van een bepaalde sterkte en laat de rest over aan de zwaai van de hamer. Maar om een melodie meer lading te geven kan iets van het toucher van een organist worden toegepast. Denk aan de grondtoon, die een nadrukkelijker zeggingskracht krijgt door een portato toucher.
Klik om de bedoeling te horen.
Op een piano zijn trillers en herhalingen van noten een surrogaat voor lang aangehouden noten.
Klik om de bedoeling te horen.
Lage tonen hebben meer energie en klinken daardoor langer door. Als je de melodie graag lange tonen wilt geven, helpt het een beetje als je ze aan de lage kant speelt.
Klik om de bedoeling te horen.
Anderzijds heeft de piano het voordeel van aanslaggevoeligheid. Voor ritme is dat onontbeerlijk. De combinatie van een piano en een solo-instrument is ideaal: de n kan zorgen voor het percussieve ritmische element, de andere voor de aangehouden tonen. Maar ook de melodie kan zijn voordeel doen van de aanslaggevoeligheid van de piano. Bijvoorbeeld, een melodie krijgt ineens de gevoelswaarde van snikken als iedere noot herhaald wordt met een sterk accentverschil.
Klik om de bedoeling te horen.
Een nadrukkelijke voorslag kan de dramatiek van een toon verhogen. Denk aan een voorslag van een halve toon onder de toon waar je naar toe gaat.
Klik om de bedoeling te horen.
Voor een hemels effect speel je legato (gebonden).
Klik om de bedoeling te horen.
Voor ritme heb je een afwisseling nodig van legato en staccato gecombineerd met accenten.
Klik om de bedoeling te horen.
Een melodie kan sterk leunen op de onderliggende harmonie. Daarom is het bij het maken van een melodie nuttig om haar tegelijk met verschillende akkoorden uit te proberen. Bij andere akkoorden krijgt een zelfde melodie een andere gevoelswaarde.
Klik om de bedoeling te horen.


HUISWERK: Kies enige noten, maak daar een melodie mee, werk die uit in gevarieerde herhalingen, samen met wat simpele akkoorden. Het gaat deze keer meer om de melodie dan om de akkoorden.
<< Startpagina / Index van de cursus / Volgende pagina >