Leer improviseren. 2003-2004. Les 03: Kwint, terts, drieklank, toonaard C.

Als twee tonen samenklinken, ontstaan ook extra combinatietonen, die een complex patroon van geluidsgolven veroorzaken, afhankelijk van de afstand (het interval) tussen de twee tonen.
Belangrijke intervallen zijn:
(De namen octaaf, kwint, enz. zijn ontleend aan onze Westerse toonladder).
Een stapeling van twee intervallen vormt een drieklank: (Deze laatste twee akkoorden zullen we pas gaan gebruiken als we vertrouwd zijn met de wereld van de majeur- en mineurakkoorden).
Opmerking: een drieklank kan meer dan drie tonen hebben door verdubbeling.
Snelle procedure voor het maken van akkoorden d.m.v. tellen van toetsstappen:
De snelste manier om een akkoord te maken, bijv. een majeurakkoord, is door het tellen van toetsstappen ('halve toonsafstanden' is de gewone uitdrukking, maar de dingen waar je werkelijk mee te maken hebt zijn toetsen).
Als je bijv. het akkoord G wil maken, neem je de toon g (de grondtoon) en voegt daaraan toe de toon 4 toetsstappen rechts ervan (b), en weer 3 stappen rechts van de b (d). In minder dan een seconde kun je zo een majeurakkoord vormen; in dit geval het akkoord G = g-b-d. De akkoorden die we op deze manier maken staan in de grondligging, omdat de laagste toon de grondtoon is. Voor een handige vingerzetting of een betere klank nemen we vaak een omkering, wat betekent dat een andere van de drie tonen de laagste is, bijv.:
Een toonaard heeft een begeleiding van 3 akkoorden, een kwint uit elkaar.
De kwint is het meest belangrijke interval. Het speelt niet alleen een rol bij het stemmen van instrumenten, maar ook in de relatie tussen akkoorden.
Met name, drie akkoorden die een kwint uit elkaar staan vormen als begeleiding een toonaard.
De toonaard C:
Om didactische redenen zullen we zoveel mogelijk uitleggen met de toonaard C, die bepaald wordt door de drie akkoorden C, F en G. Deze akkoorden liggen een kwint uit elkaar, wat te zien is als ze geschreven worden in de volgorde: F-C-G.
Een lied waarvan de begeleiding is gebaseerd op deze drie akkoorden staat in de toonaard C.
Het is een majeurtoonaard omdat alle drie akkoorden majeurakkoorden zijn.
HUISWERK:
1) Oefen in het maken van akkoorden (C, C#, D, etc) m.b.v. het tellen van toetsstappen.
Doe dit in 2 fasen:
-maak het akkoord in de grondligging,
-rangschik de noten in een praktische ligging (bijv. een omkering).

2) Speel in de toonaard C.
De begeleiding mag geen zwarte toetsen gebruiken, omdat alleen tonen zijn toegestaan van de akkoorden C, F en G (voor G mag G7 worden gebruikt).

De melodie echter (de rechter hand) mag alle tonen gebruiken, dus ook de zwarte.
(Als je zingt kan de melodie zelfs tonen bevatten die op de piano niet voorkomen.)
Ondanks de beperking tot de toonaard C, moet je proberen aanvaardbare muziek te maken door variaties in aanslag, tempo, ritme, maat, e.d. Speel speels.
Klik hier om te horen wat ik bedoel (MIDI, time 7:37).

Waar het om gaat is dat je leert wat een toonaard inhoudt. Later zullen we tijdens ons spel veranderen van toonaard, maar ik kan dan niet uitleggen hoe dat gaat, als je niet weet wat een toonaard is. Het is daarom belangrijk om ervaring op te doen in de toonaard van C, totdat je er alle aspecten van kent.
<< Startpagina / Index van de cursus / Volgende pagina >