Leer improviseren. 2003-2004. Les 12: toonaarden in akkoordenschema's.

De opgave om Vader Jacob te harmoniseren leidde ertoe dat niemand zich aan de letterlijke melodie bleef houden, maar die als thema gebruikte om melodisch en harmonisch uit te werken. Het zou anders onverdraagbaar onmuzikaal geworden zijn. Bovendien bleek iedereen zijn melodie nog te ondersteunen met een begeleiding. Wij zijn tegenwoordig achter een piano niet meer tevreden met een melodie die steeds herhaald wordt en geen begeleiding heeft. We willen begeleidingsstemmen. Omdat we niet componeren maar improviseren beperken we onze pretenties. Een componist hoeft zich niet te beperken tot akkoorden en akkoordenschema's. Hij kan zonder systeem op zijn gehoor en zijn gevoel noot voor noot op papier zetten. Voor improviseren, echter, moeten we kunstgrepen en hulpmiddelen te baat nemen om snel de weg te vinden in onze muziek.

Akkoorden helpen ons snel te voorspellen hoe bepaalde begeleidingstonen zullen gaan harmoniseren met de melodietoon.
Akkoordenschema's geven een interessante voortgang nog voordat we een melodie hebben gemaakt.
Toonaarden waarschuwen enerzijds voor de laddervreemde tonen in de melodie en helpen anderzijds aan ideeŽn voor boeiende wendingen in de harmonie.

Bij het ontwerpen van een akkoordenschema is het nuttig om te letten op de toonaarden die doorlopen worden. Als er te weinig zijn (alleen maar in toonaard C blijven hangen) kan het saai zijn, en als er te weinig verband zit tussen de toonaarden kan het onbegrijpelijk zijn.
Hier komt als voorbeeld het refrein van de song 'Some of these days' in begintoonaard C. Het akkoordenschema heeft 32 maten en is als volgt:
E7 E7 Am Am E7 E7 Am Am A7 A7 Dm Dm D7 D7 G G7
C  C7 F  F  A7 A7 Dm Dm F  F7 C  A7 D7 G7 C C
De doorlopen toonaarden zijn achtereenvolgens: Am (cursief), Dm (cursief en onderstreept), G (onderstreept), C, F (dun), Dm (cursief en onderstreept), C, Dm (cursief en onderstreept), G (onderstreept), C.

De modulaties hebben een logisch verband. De eerste modulatie, die hier weggelaten is, is vanuit de begintoonaard C naar de paralleltoonaard Am waarvan de grondtoon a is. Van daaruit stappen we naar toonaarden waarvan de grondtoon iedere keer een kwart verder ligt: d, g, c, f. We zitten dan in toonaard F en gaan verder met zijn paralleltoonaard Dm. De volgende sprong is ambigu: akkoord F heeft een verband met Dm via het begrip paralleltoonaard, maar ook zijn Dm en F elkaars vervanger, en tot slot behoort F tot de begintoonaard, die steeds zijn invloed blijft behouden. Daarna volgt de afronding door snel na elkaar weer kwartsprongen te nemen met de grondtonen d, g en c. Kortom bijna alle modulaties hebben een verband als parallelltoonaard of als een kwartensprong.

Doordat het schema 5 toonaarden doorloopt heeft het veel spannende wendingen.
Door het schema te herhalen ontstaat structuur.
Door bij iedere herhaling een andere melodie te gebruiken ontstaat variatie.

Klik hier voor een geluidsvoorbeeld

Als mensen samenspelen en ze houden zich aan de toonaarden (toonladders) die op een bepaald moment gelden, dan is het gemakkelijk om te voldoen aan een goede harmonie.
Klik hier om samenspel te horen (begintoonaard G)

Verfijningen bij het ontwerpen van een akkoordenschema kunnen worden aangebracht door erop te letten of melodielijnen in de bas mogelijk zijn.

Pikanterie kan worden verkregen door na te gaan of een septimeakkoord door een dim7-akkoord kan worden vervangen of een gewoon majeurakkoord door een septimeakkoord.
Bijvoorbeeld, de F7 in het schema is een dergelijk geval. Daar had F kunnen staan, maar ook Cdim7 en misschien wel Fm en wie weet, kan C+ nog door de censuur.
Bij het ontwerpen van het akkoordenschema moeten daartoe een paar melodieŽn geprobeerd worden om te kijken wat de mogelijkheden zijn om erop te improviseren.
HUISWERK: Ontwerp een akkoordenschema waar meer dan 1 toonaard in zit.
<< Startpagina / Index van de cursus / Volgende pagina >